|
Geschiedenis van
de Retsina
Retsina is de
toverdrank van de Grieken. De wijn is sedert de verre oud-heid bekend en
ook in onze tijd kent deze wijn een groot aantal liefhebbers. Het woord
Retsina is afgeleid van het Griekse woord Retsina, dat "hars" betekent.
Tijdens de gisting van de most wordt denne hars van de Aleppo-boom
toegevoegd, dat oplost in de zich ontwikkelde alcohol. De wijn krijgt
daardoor een heel kenmerkende harssmaak. De oorsprong van de toevoeging
van hars door de Grieken, ligt in de verre oudheid. Doch er zijn twee
aannemelijke verklaringen. Hypokratis, de voorloper van de moderne
geneeskunde, vond dat hars door het kleverige karakter een zuiverende
werking had op de stofwisseling. Aangezien hars alleen oplosbaar is in
alcohol, was wijn het aangewezen produkt om hars in op te lossen. Ook
wijn werd vaak als medicijn voorgeschreven: dus een uit-stekende
combinatie. Een andere oorzaak voor de hars toevoeging vindt zijn
oorsprong in de oude geschiedenis. De amforen waarin de wijn werd
bewaard, werden met houten stoppen of kleiproppen afgesloten. De hars
werd als "lijm" gebruikt om het losraken van deze sluiting te voorkomen.
Door schudden van de wijn tijdens transport, loste wat hars in de wijn
op en kwam de harssmaak in de wijn terecht. Hoe dan ook, de moderne
Grieken stellen de smaak bijzonder op prijs en het wordt in praktisch
heel Griekenland gemaakt. Koel drinken bij een lekker pittige maaltijd
van lamsvlees. De Grieken drinken Retsina als aperitiefwijn vergezeld
van een "meze", een schotel met hapjes, zoals olijven, ansjovis, stukjes
paprika en komkommer. Maar Retsina wordt vooral tijdens de warme
maaltijden of warme zomers genoten. |